Veranderen is niet langer voor anderen

Onlangs brachten de BCG-consultants een aansprekend rapport uit. Over de contouren van een nieuw verdienmodel. Gericht op een toekomstvast welvaartsniveau van ons land in 2030. Waarbij we heel terecht eerst kijken hoe we met elkaar de euro’s gaan verdienen om daarna pas een discussie op te starten hoe we ze verdelen. In plaats van andersom natuurlijk! Hun belangrijkste boodschap: de ontwikkelingen in de sfeer van technologie, stijgende emancipatieniveaus, verdere versplintering van klantbehoeftes en een snel platter wordende wereld zorgen voor een voortdurend toenemende snelheid van economische verandering. Bedrijfsvoordelen komen en gaan steeds sneller. En de verwachting is dat deze versnellingstrend zich in de komende twee decennia nog eens verder zal gaan verdubbelen!

Auteur: Dirk-Jan de Bruijn, Veranderdokter
Bron: ManagementSite.nl


Jawel. En daarmee leven we in een alsmaar veranderende wereld. Of zoals de BCG onderzoekers dat noemen ‘in een volatielere wereld’. En juist dat stelt hoge eisen aan onze wendbaarheid. Aan onze lenigheid. Dus de mate waarin we slagvaardig reageren op die veranderingen. Niet alleen van onze organisaties en instanties, maar vooral ook van ons zelf. Hoe we als professionals daar dan op inspringen. Hoe we ons eigen vernieuwingstalent permanent weten te mobiliseren. Opdat we daarmee concurrentievoordelen weten te identificeren, meeliftend op de mogelijkheden die deze nieuwe tijd met zich meebrengt. Zoals technologie. Of sociale media. Of het slim gebruiken van data (‘big data’). De onderzoekers maken zich terecht zorgen over het momenteel aanwezige maatschappelijke aanpassingsvermogen van ons land. Een paar van hun uitspraken: ‘Nederland excelleert helaas niet in het ontwikkelen, aantrekken en behouden van vernieuwingstalent’, ‘er lijkt onvoldoende sprake te zijn van een klimaat waarin talent optimaal geprikkeld wordt tot het leveren van topprestaties’ en ‘de snelheid van publieke besluitvorming laat vaak te wensen over’.

Dat moet dus anders zou je zeggen. Onderstreept dat we veel van de spelregels die destijds -in een tijd van groei waarbij nauwelijks sprake was van concurrentie- zijn opgesteld versneld moeten gaan aanpassen. Aan de eisen van deze tijd. Waarin we geconfronteerd worden met krimp. Of met hele andere noodzakelijke competenties. Die bijvoorbeeld het gevolg zijn van versnelde invoering van digitaliseringinitiatieven. Waarmee veel publieke organisaties momenteel worstelen. En als je dan kijkt hoe star we eigenlijk georganiseerd zijn, aan hoeveel regels we moeten voldoen, hoe weinig vrijheid we hebben, tsja …

Logisch dus dat Liesbeth Spies afgelopen zomer een steen in de vijver gooide door aan te kondigen dat het verstikkende ‘last-in-first-out’ principe nu echt wel z’n beste tijd gehad zou moeten hebben. Want laten we wel zijn: de grootste groep die momenteel de overheid verlaat zijn jongeren onder de 35. Omdat zij een tijdelijk contract hebben. En juist deze ontgroening geeft de vergrijzing een extra boost. Maar helaas wel precies de verkeerde kant op!

Behoud van onze welvaart op langere termijn betekent natuurlijk een krachtige overheid. Die op de juiste wijze de regie voert om ervoor te zorgen dat we als land rijk en gelukkig blijven. En dat talent en vernieuwing daarbij cruciaal zijn is natuurlijk evident. Moeten we alleen wel versneld aan de slag om die noodzakelijke flexibiliteit dan ook daadwerkelijk te gaan verzilveren! Waar wachten we nog op?


 
Home  

Terug

Share

De Week van Kwaliteitsmanagement is het platform van en voor proces- en kwaliteitsprofessionals. De meest recente editie vond plaats van 7 t/m 11 oktober 2013

Deel DWvK binnen uw netwerk:


Blijf op de hoogte