Jan Klein over patiëntveiligheid

Bij zowel nationaleals internationale zorgorganisaties – van ziekenhuis tot psychiatrischeinstelling – staat patiëntveiligheid hoog op de agenda. De patiënt of cliënt moet zich immers Veilig kunnen voelen in een zorgorganisatie. Behalve de patiënt hebben ook de zorgaanbieder en de verzekeraar baat bij een veilige zorg.

Jan Klein (1956), vorig jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar Veiligheid in de zorg bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam, zegt: “Onder veiligheid in de zorg, oftewel patiëntveiligheid, verstaan we het vrij blijven van schade of potentiële schade gerelateerd aan zorg”. Volgens Klein is veiligheid een onlosmakelijk aspect van kwaliteit, omdat veiligheid fungeert als bodem voor kwaliteit. Bij het nastreven van die hoogwaardige kwaliteit en veiligheid voor patiënten moeten risico’s zoveel mogelijk worden ingedamd.

Risico’s
“In de operatiekamer van een ziekenhuis bijvoorbeeld”, zegt Jan Klein, “kan onveiligheid worden veroorzaakt door techniek. Zo is, in tegenstelling van wat je zou verwachten, de infuuspomp over het algemeen moeilijk te bedienen, door professionals en zelfs door anesthesiologen. In een ander geval is het onderhoud soms niet goed geregeld en is het de apparatuur die faalt. Medicatie is een risico op zich. Die kan bijvoorbeeld verkeerd toegediend worden qua dosis of toegangsvorm, maar het kan ook het verkeerde middel zijn. Een vloeibaar medicament kan besmet raken met micro-organismen”. Jan Klein vervolgt: “Of het handenwassen om de verspreiding van een ziekenhuisbacterie tegen te gaan schiet te kort. Mede onder invloed van de hoge productiedruk wordt regelmatig de binnenbocht genomen omdat er professionals zijn die met de huidige manier van werken 60 tot 100 keer per dag de handen zouden moeten wassen. Zij zouden na een week geen huid meer op de handen hebben”. De relatie met productiedruk die Klein legt, heeft hij gebaseerd op de ontwikkelingen binnen andere ‘hoog risico’ industrieën, waar productiedruk vaak haaks staat op veiligheid.

“Bij zorginstellingen ligt het wel iets genuanceerder”, waarschuwt Jan Klein, “er zijn bijvoorbeeld veel meer handelingen die verricht moeten worden, waardoor ook het aantal beslismomenten veel hoger ligt. Ook zijn er minder standaarden dan in de industrie”. Klein vervolgt: “In de industrie wordt er gestuurd volgens de ‘command and control structure’, waarbij uitgevoerde taken worden gecontroleerd. Zorgorganisaties daarentegen hebben vaak te maken met een andere organisatiestructuur. De bekende maatschappen bijvoorbeeld”.

Veiligheidscultuur
Volgens de hoogleraar Veiligheid in de zorg is leiderschap onontbeerlijk in de cultuur van een (maatschap) organisatie. “In de meest ideale situatie gaat de leider uit van de systeembenadering, waarbij de leiders de professionals in veiligheid laten functioneren. Bijvoorbeeld door de invoering van het VIM (veilig incident melden), door aandacht te besteden aan communiceren en samenwerken, inventariseren en analyseren van risico’s en aandacht voor patiëntparticipatie”. Maar in veel gevallen redeneert de directie nog vanuit het perspectief dat alleen de professional verantwoordelijk is voor kwaliteit en dus ook veiligheid. Dat kan grote nadelen opleveren voor de patiëntveiligheid. “Het systeem wordt namelijk niet verbeterd als de leiders denken vanuit die mensbenadering. Door de systeembenadering te hanteren, kunnen incidenten in de toekomst worden voorkomen, omdat het systeem continue kan worden verbeterd”.

De rol van de patiënt
De patiënt heeft ook een rol bij het verbeteren van het systeem. Jan Klein: “Natuurlijk kan de patiënt vooraf en tijdens de behandelingsperiode meedenken met de arts door alert te blijven en voldoende vragen te stellen over medicijnen, bijwerkingen en ingrepen. Steeds vaker wordt tegenwoordig ook achteraf om de mening van de patiënt gevraag in een evaluatie”, zegt Klein. “Deze evaluaties zijn echter vooral gericht op kwaliteitsverbetering en (tot op heden) minder op veiligheid”.

Zorgverzekeraars kunnen helpen
De Nederlandse zorgverzekeraars zijn gedelegeerd verantwoordelijk voor de verzekerde. Zij willen louter veilige zorg inkopen en stellen daarom steeds hogere eisen rondom veilige zorg. Als voorbeeld: eind 2012 moet elk ziekenhuis voor de Inspectie van de Gezondheidszorg  aan kunnen tonen dat zij werken met een veiligheidsmanagementsyteem. Jan Klein zegt: “Achmea heeft deze eis overgenomen in het inkoopcontract. De verzekeraar heeft potentieel de touwtjes in handen; ze beslissen immers zelf bij welke instelling zij zorg inkopen en dus patiënten onderbrengen. Maar gelukkig komen zorginstellingen steeds vaker zelf tot het inzicht hun zorg veiliger te maken. Verzekeraars kunnen hen daarbij helpen”.

Lees meer over certificeringen en veiligheid in de zorg ...


 
Home  

Terug

Share

De Week van Kwaliteitsmanagement is het platform van en voor proces- en kwaliteitsprofessionals. De meest recente editie vond plaats van 7 t/m 11 oktober 2013

Deel DWvK binnen uw netwerk:


Blijf op de hoogte